reis
 
> home        
> Jaap & Heleen   Bangla, Bangla? No Bangla !    
> motivatie        
> eerdere reizen  

De gedeelde taxi naar de grens met Bangladesh gaat niet door. Om 5 uur gaat de wekker en 10 minuten later staat de hoteljongen al zenuwachtig op onze deur te kloppen en te roepen: hurry, hurry. Het blijkt dus dat er niemand is om een taxi mee te delen en vandaar dat hij geregeld heeft dat we met een (redelijk luxe) bus mee kunnen. Dat vinden wij prima en 3 uur later staan we met een bus vol Bangladezen en nog twee Japanners aan de grens.

Bij de Indiase grens worden we een kamertje in gedirigeerd waar we ons uitreisvisum invullen, hierna worden we naar een ander kamertje doorverwezen waar we na diverse vragen (thuisland, wat is je baan, etc.) een stempel in ons paspoort krijgen. Vervolgens mogen we weer verder langs een controlepost die uitgebreid in ons paspoort gaat kijken. Op de vraag of we roepies het land mee uit nemen (we hebben die dag ervoor nog extra gepind) antwoorden we netjes dat we alle roepies opgemaakt hebben. Met dat antwoord zijn ze tevreden en mogen we doorlopen over een stukje ‘no-mans-land’ richting Bangladesh.

Daar gaan we weer een kamertje in waar een ontzettend grappig uitziend mannetje zit met knaloranje haar en een ‘Bin Laden’ baardje in dezelfde knaloranje kleur. Dit vindt de Japanse zo’n komisch gezicht dat ze spontaan een giechelbui krijgt en geen vragen meer kan beantwoorden (later lezen we waar die oranje baarden vandaan komen: het is een schoonmaakmiddel. Van het middel slaan de baarden oranje uit en soms doen ze er ook wel wat extra kleurstof in, ook moslimmannen zijn ijdel). Het mannetje wil vooral weten wat onze relatie is t.o.v. elkaar. “Just married”, is ons antwoord. “Ah, thank you, thank you”, daar is hij blij mee. In Bangladesh horen we dit steeds. Als je zegt dat je getrouwd bent vinden ze dat fantastisch en wordt je uitgebreid bedankt (?!). Na nog twee kamers krijgen we dan eindelijk een stempel in onze paspoorten en hiermee lopen we Bangladesh binnen.

Vanaf de grens willen we naar Jessore. De eerste stad op zo’n 90 km van de grens. Echter bij de bussen krijgen we onze eerste verrassing te horen. Er is namelijk een landelijke staking en (bijna) alles is dicht en de bussen gaan pas aan het begin van de avond weer rijden. Gelukkig komt er iemand van het buskantoortje waar wij zitten te wachten met een briljant idee: er rijden wel treinen naar Jessore. We hebben nog 15 minuten om de trein te halen dus we vertrekken snel. In de trein is het (waarschijnlijk door de staking?) behoorlijk druk maar we passen er nog netjes bij, het is er ook behoorlijk gezellig en iedereen wil natuurlijk weten waar wij vandaan komen. Het landschap is heel erg mooi en we zien veel groen en rijstvelden.

Nadat we een hotel gevonden hebben in Jessore besluiten we de straat op te gaan (ongeveer 15.00 uur) en daar is het rustig! Door de staking zijn alle winkels dicht en buiten rijden enkele riksja's. In vergelijking met het altijd superdrukke India zijn we dit niet meer gewend. Er vallen ons nog meer dingen op, o.a. dat het schoner is op straat, veel minder plastic, natuurlijk geen koeien die overal tussendoor zwerven en ook de vele pisluchten zijn er ineens niet meer.

Gelukkig zijn er wel genoeg theestalletjes open. In vergelijking met de theecultuur in India is dit ook weer totaal iets anders. Bij dit theestalletje hebben ze alleen zwarte thee en elk kopje wordt zorgvuldig met heet water afgespoeld, voor ons doen gaat het er allemaal erg hygiënisch aan toe. Van te voren hebben we gelezen dat de weinige toeristen die naar Bangladesh komen, de grote bezienswaardigheid vormen voor de lokale bevolking. Nou, dit klopt. Tijdens het thee drinken staat er al snel een clubje van 30 man rond ons heen en allemaal willen ze weten waar we vandaan komen. Als Jaap zijn camera uit zijn tas haalt is het feest helemaal compleet. Allemaal willen ze op de foto. Erg komisch. Zelfs onder de volwassen wordt er geduwd en getrokken om het beste in beeld te komen. Verder wil iedereen ook graag een praatje maken met deze ‘witte wezens’. Maar verder dan ‘country’ en ‘name’ komen de meesten niet. Dat maakt ze niets uit want dan gaan ze gewoon een heel verhaal ophangen in het Bangladees. Als wij dan zeggen ‘no Bangla, no Bangla’ kijken ze heel verbaasd: ‘Bangla no?’ maar ze praten meestal gewoon verder. Erg jammer dat we de taal niet begrijpen.

Na de thee lopen we nog een stukje door de stad, die steeds levendiger wordt en echt iedereen wil weten waar we dan toch vandaan komen. Als een man vanuit een oogkliniek uitbundig naar ons staat te zwaaien dat we naar hem toe moeten komen doen we dat. Na drie woorden (hello, country en Bangla?) blijkt al snel dat hij verder geen Engels kan, maar al snel komt er een meisje naar ons toe. Zij blijkt de dochter van de dokter te zijn en spreekt vloeiend Engels. We worden al snel binnengevraagd en worden volgestopt met cola, nootjes en superzoete gebakjes. Verder maken we kennis met haar ouders en praten over hoe Nederland is en zij vertellen van alles over Bangladesh. Als we een paar uur later weggaan is het al donker en de hele stad draait weer op volle toeren (de staking is over). Er rijden honderden fietsriksja's door de stad en allemaal hebben ze onderaan hun fiets een olielampje hangen wat een erg mooi gezicht is.

De volgende dag reizen we verder met de bus naar Khulna. Op het busstation staan (zeker in vergelijking met India) hele luxe bussen klaar. In India namen we altijd de staatsbussen, hier in Bangladesh zijn er naast de staatsbussen allerlei geprivatiseerde busbedrijven, waar je voor meer geld (het blijft nog steeds erg goedkoop overigens) met een luxere bus kan reizen en waar je altijd een zitplaats hebt. De twee uur durende busreis naar Khulna werd weer een hele beleving. Er bleken twee bussen van verschillende bedrijven tegelijkertijd van Khulna naar Jessore te gaan, dus werd het een wedstrijdje tussen de twee bussen wie het eerst in de volgende plaats was om zo de meeste passagiers binnen te halen. Als onze bus voorop reed liet deze de luidtoeterende bus van de concurrent achter zich er niet langs gaan. Lekker midden op de weg gaan rijden. Vervolgens kwamen we in het volgende dorp, waar onze bus als eerste stil stond en de concurrent kwam er dan pal naast staan zodat onze bus niet als eerste weg kon, wat natuurlijk weer hevige scheldpartijen tot gevolg had. Zo ging het twee uur lang. Schelden, tieren en elkaar van de weg proberen te duwen.

Om het hotel in Khulna muggenproof te houden deed ik (Heleen) het schuifraam even dicht. Onze kamer bevond zich op de derde verdieping in een zeer druk en nauw straatje vol mensen, riksja’s etc. Toen ik het raam een zetje gaf kreeg ik de schrik van mijn leven! Het raam viel naar beneden.......... Wonder boven wonder was het raam blijven hangen op een randje van zo’n 10 cm breed. Met knikkende knieen kon ik het nog net op tijd vastpakken en is Jaap snel de hotel-wallah gaan halen. Die schrok zo te zien ook wel even en ging ons uitgebreid bedanken dat het raam niet naar beneden gevallen was (!?). Samen met een monteur ging hij het raam proberen er weer terug in te zetten. Bij het zien dat die monteur op dat randje stond te balanceren ben ik maar snel even weggegaan. Het is ze overigens niet meer gelukt om het raam terug te plaatsen. Voor ons gaf dat niet, dan maar een paar muggen.

Als we ’s avonds in Khulna lekker onze kip-curry zitten te eten in een restaurant op de eerste verdieping zien we al diverse groepjes demonstranten voorbij komen. Als we in het restaurant vragen waarom dat is wordt er alleen gezegd: oh no problem, no problem. Echter een uurtje later loopt het behooorlijk uit de hand. De groepjes hebben zich verzameld tot een groep en we zien buiten dat alle winkels binnen een minuut hun deuren sluiten. Alle rolluiken gaan ervoor en in no-time verandert de hele straat in een spookstad, ook alle riksja’s zijn ineens verdwenen. Even later komt de hele menigte door de straat en verderop zien we diverse vechtpartijen uitbreken. Weer krijgen we in het restaurant te horen: no problem, no problem. Nou wij vinden het maar niets. De rust keert echter alweer snel terug en alle winkeltjes gaan weer open, de riksja’s rijden weer gezellig rond. Het lijkt allemaal alsof er niets gebeurd is. Later horen we dat in het hele land rellen zijn georganiseerd door de oppositiepartij. Dat gebeurt hier vaker: regelmatig wordt het hele openbare leven stilgelegd. Wie toch besluit om zijn winkel open te laten kan erop rekenen dat een paar door de oppositiepartij ingehuurde ‘zware jongens’ de boel kort en klein komen slaan. Politiek op zijn Bangladesh’. Vanzelfsprekend doet dit soort stakingen de toch al slecht draaiende economie geen goed.

Dit laatste geeft misschien onterecht een negatief beeld. Wij vinden Bangladesh een erg mooi land. De mensen zijn heel erg vriendelijk, behulpzaam en gastvrij, en we zijn blij dat we Bangladesh in onze route hebben opgenomen.

Tot zover het eerste verslagje vanuit dit bijzondere land.

 

 

> TIP

> route & planning     Visum nodig? Wie via India naar Bangladesh reist kan dat beter in Calcutta bij het consulaat halen. Dat was erg makkelijk en duurde maar een halve dag. In Nederland is het een hoop gedoe.
> reisdagboek    
> foto's    
> reis-info & tips    
> contact    
> links    
     
       
     
      > FEIT
      Bangladesh bestaat sinds 1971 als land. Tussen 1947 en 1971 was het als Oost-Pakistan één land met Pakistan. Na een bloedige oorlog werd Bangladesh onafhankelijk.